Nicole blogt
Volksgezondheid: graadmeter voor???
In 1985 was ik 20 jaar. En ik was dun. Veel te dun. Na het overlijden van mijn vader in dat jaar at ik niet meer echt. Plichtmatig, maar niet meer echt. En ik woog met 1.75 meter lengte nog 49 kilo na een tijdje. Veel te weinig natuurlijk. BMI-meters bestonden nog niet, maar mijn moeder zag wel dat het niet goed was, en stuurde me goddank naar de huisarts.
Een twintigjarige luistert niet naar zo heel veel personen, maar wel naar onze huisarts. Dus ik kreeg een soort van astronautenvoedsel en een 1000-kilocalorieëndieet. Om aan te komen.
Mjah. Ik was deze geschiedenis bijna vergeten, maar onlangs kwam het weer onder mijn aandacht omdat ik nu, bijna 26 jaar later, met een totaal andere invalshoek bezig ben met mijn gewicht: ik wil afvallen! Van dat astronautenvoedsel destijds kwam ik waanzinnig aan, en daarna van een 1000-kilocalorieëndieet. Ik moest daar serieus moeite voor doen om dat naar binnen te werken.
Nu is 1000-kilocalorieën dus een beperking. Ik heb mezelf na dat gedoe met dat gewicht destijds beloofd er nooit meer mee bezig te zijn. Ik zou immers toch niet aankomen.
Maar toen ik mezelf terug zag bij de beelden van het lijsttrekkersdebat van 2010 bijvoorbeeld, zag het er toch anders uit. Toch maar terug naar minder kilocalorieën. En lekker bewegen. En ja, nu val ik ervan af!
Onlangs ben ik gekozen in het dagelijks bestuur van de GGD. Niet voor niets wilde ik dat. Ik wil er graag dichtbij zijn. Voor een gemeente als Houten het volksgezondheidsbeleid verdedigen, met veel meiden die -zoals ik toen- nu veel te weinig wegen. Om wat voor reden dan ook. En van die meiden hebben we hier veel te veel in Houten. Landelijk bovengemiddeld. Maar er is ook nog iets anders.
Natuurlijk, opleiding en inkomen is de belangrijkste factor voor de tweedeling in de maatschappij tussen rijk en arm.
In de sociaal-democratie doen we er nu nog weinig mee, maar in de geschiedenis is de verschijningsvorm de meest bepalende factor geweest om zichtbaar te maken wie nu wel en wie niet welvarend waren. En welvarendheid is uiteraard macht.
Macht is absoluut zichtbaar in de volksgezondheid! Vroeger (zie de schilderijen van Rubens) was corpulentie een teken van rijkdom, welvaart, en een garantie voor de reproductie van de mens. Een corpulent lijf vertegenwoordigde de welgestelde klasse. De gemiddelde middeleeuwer zou zich hier, in deze tijd, verdwaald voelen.
De Mac-Donalds-lijven vertegenwoordigen hier niet meer de hogere, maar de lagere klasse, de minder geschoolde mensen. De cijfers van de GGD laten zien dat de Nederlandse bevolking in zijn algemeenheid steeds gezonder wordt. Dat betekent dat het inkomens- en opleidingsniveau in zijn algemeenheid stijgt.
Maar helaas ook dat de tweedeling in de Nederlandse bevolking op het gebied van volksgezondheid overduidelijk is: hoe hoger het inkomens- en opleidingsniveau, hoe langer de levensverwachting. Hoe lager het inkomen- en opleidingsniveau, hoe korter de levensverwachting. En dat heeft veel te maken met o.a. gewicht, en een gezonde levensstijl.
Mjah, ik wordt er niet vrolijk van. Het lijkt me een strak en ondergesneeuwd PvdA-onderwerp dat meer aandacht behoeft.
Gepubliceerd op 24 mei 2010